24

Sara

Toen ik klein was vond ik het altijd moeilijk om de leeftijd van volwassenen te schatten. En nu ik dan eindelijk ‘groot’ ben, vind ik het juist weer moeilijk om de leeftijd van kinderen te raden. Ik bedoel, wat onderscheid een tienjarig van een achtjarige?

Niet dat zoiets ooit een probleem is. Kinderen vertellen je graag, al dan niet met behulp van vingers, hoe oud ze zijn. Daar moet je bij een volwassene eens om komen, die geniepig hopen dat je hen per ongeluk jaren jonger schat. En dan heel gillerig gaan doen als je er, met je kinderlijk naïeve gebrek aan tact, ruim tien jaar boven zit. Ik snapte daar nooit veel van.

Maar leeftijdsfixatie is mij niet vreemd. Het schijnt dat ik naar mijn derde verjaardag maanden lang heb toegeleefd. Waarschijnlijk ook, omdat de tijdsspanne van een week of een maand mij nog niet duidelijk was en ik dus dagelijks naar de stand van zaken ontrent de nog te wachten periode moest vragen. Bovendien mocht ik met drie doorstomen naar de oudste peuters op de crèche en al jong was ik in dat soort zaken ambitieus.

Nu word ik over een poosje vijfentwintig en sommigen denken dat dit het einde is van de jeugd. Ik niet. Ik had meer dat gevoel bij vierentwintig. Dat had ook een reden.

Toen ik een jaar of veertien was, heel stereotype, hield ik er van om mij te onderscheiden van het gewone gepeupel bij mij op school. Daar kon ik mij behoorlijk voor uitsloven en zo kwam het ook dat ik bedacht had te weten dat ik op 24 jarige leeftijd zou overlijden. Dat leek me toen nog een eeuwigheid ver weg. Bovendien stierven beroemdheden jong en op een dergelijk leven had ik mij wel ingesteld.

Ik bracht het verhaal met een zeker arrogantie en iets blasés -wat mij toch al eigen was- en dus joeg ik een paar brave meisjes uit mijn klas de stuipen op het lijf met dit merkwaardige gedrag. Het werkte niet bij iedereen. Dat wil zeggen, niet bij die mensen waar het mij het meest om ging. En zo stierf deze creatie een zachte dood. Tot ik 24 werd. Blijkbaar had het verhaal toch meer indruk achter gelaten dan ik gedacht had, want vrienden begonnen me er aan te herinneren. Juist ja, die mensen die ik er toen mee had willen imponeren, maar die er geen oor voor hadden. Dat dan weer wel.

Natuurlijk wist ik zelf, beter dan wie dan ook, dat het gewoon een verzonnen verhaal was en dat er nooit enige aanleiding -van hogerhand of wat dan ook- was geweest waar het op gebaseerd was. Maar daar zit je dan met je bijdehante gedrag en je 24 jaar. Weet je het dan nog wel zo zeker allemaal.

Vooral voor ik op vakantie ging dit jaar, op de motor, heb ik een aantal dromen met nare eindes gehad om dit zelfverzonnen jeugdtrauma te verwerken. Wat in zekere zin wel ironisch is en wat ik natuurlijk ook wel verdiend had. Zo heb ik dan tien later toch nog geleerd dat je beter niet met de dood kan spotten. Zelfs al gaat het over je eigen.

Mocht ik toch nog komen te overlijden dit jaar, dan heb ik daar alvast een gedichtje bij gecomponeerd. Immers, je wilt op je begrafenis toch niet afhankelijk zijn van het werk van anderen:

als ik sterf

leef ik mijn leven

als ik sterf

leef ik mijn droom

als ik sterf

denk dan voor even

sterven is ook heel gewoon

Mijn reactie


TV Gids