Welcome to Matala, George !

Rebekka

 

In het zuiden van Kreta, op een strandje tussen de rotsen werd ooit een George verwacht.
Op een muur dat het einde van het strandje aangeeft staat het in een zogenaamd hippie-handschrift.
(welcome to matala, george!)
Matala is een kuststad, waar in de rotsen aan het strand een Romeinse begraafplaats ligt gehakt.
Romeinen maakten kleine kamertjes voor de doden, zo ook in de rotsen van Matala.
Voor de doden reserveerden ze het beste uitzicht.
Dat vonden de hippies nogal gek en niet terecht bovendien, dus trokken ze met hun knapzak die rotsen in.
Ze besloten er te blijven, op het strand en in de rotsen, waar ze zo dicht mogelijk tegen de doden aan sliepen.
‘they brought it to life,’ zegt de eigenaar van het visrestaurant dat op het strand staat.
Het was een vreemde situatie.
 De eigenaar wenkt mij, terwijl ik over het strand loop. Hij biedt mij iets te drinken aan, nodigt mij uit op zijn lege terras.
Ik heb vaker in zo’n tweestrijd gestaan.
Eigenlijk is er geen aanleiding voor ons gesprek, en ik heb nu toevallig een wit doorschijnende jurk aan zonder bikini bovenstuk eronder, want die ben ik kwijt geraakt.
Maar op zich moet zoiets kunnen, denk ik.
Ik vraag me af, wat een hippie in dit geval zou doen.
Die zou me waarschijnlijk complimenteren met mijn outfit.
En daarna iets gaan drinken.
Ik ga zitten, omdat ik ook graag een hippie was geweest als ik daar de kans toe had gehad en het karakter.
Hij schenkt water voor mij in, en hij gaat vervolgens zwijgend naast mij zitten.
‘The life is over,´ zegt hij kijkend naar de zee.
‘You very white. Be careful for sun.’
Ik knik. Ik dacht dat ik inmiddels gewoon ‘white’ was, en niet meer ‘very white.’
‘The life is over,’ zegt hij.
‘If you let yourself care about money, you are going to be dead. Dead with your eyes open.’
Hij zegt verder weinig, waarschijnlijk omdat het leven afgelopen is
en post scriptums moet je kort houden.

Op het strandje van Matala sliepen Bob Dylan en Cat Stevens.
George verwelkomende men met een geschilderde muur.
Waar ook nog opstond: today is life, tomorrow never comes.
Madeliefjes ernaast.
Ze leefden van hun geluk.
Ik vertrek op het terras van de man, omdat ik niet moet ontkennen dat hij de hele tijd naar mijn borsten aan het kijken is, en ik dat niet leuk vind.
Wat de hippies ook beweren.
Ik ga kijken in de rotsen, waar vroeger de doden met rust werden gelaten.
Waar de hippies daarna in vrede lagen te slapen, waarschijnlijk met de gedachte dat het leven nu aan het gebeuren was.
En dat als je maar zo lang mogelijk vandaag leeft, dat morgen inderdaad niet komt. Zich omdraait en ergens anders naar toe gaat.
Ik vroeg me af wat er gebeurd moet zijn, dat iemand genoodzaakt is te concluderen dat
the life over is.
Zonder dat het dus stopt.
Misschien was er een magische zomer, die te magisch was, te mooi, te weinig kapitalistisch, te weinig darwinistisch. Was het een zomer waarvan je hoopte dat heel de wereld het maar kon meemaken. Ook de klootzakken. Gewoon te, zo
dat iedereen daarna moest zeggen dat er iets was afgelopen.

Het is inmiddels een toeristische attractie, wat betekent dat wat daar ooit was, voorbij is. Je kunt er nu alleen nog maar naar kijken, en zelfs dat niet eens echt, eigenlijk.
Er is nu een bordje gemaakt. En een hek voor de rotsen, dat om tien uur dichtgaat.
Er zijn verwachtingen van dit strand, omdat dit strand in boeken staat, veel buiktasjes en witte kuiten.
Maar nu nog niet, want het is april.
De witte kuiten komen meestal in juni pas naar buiten, zegt de eigenaar van het restaurant.
Hij stelt me voor aan de drie laatste hippies, die nu zelfgemaakte armbandjes verkopen.
Ze doen me denken aan de Indianen in Zuid-Amerika. Die nu in een reservaat zitten en voor Indiaan moeten spelen.
Alleen zijn de hippies dan niet de oorspronkelijke bewoners van een plek, maar van een tijd. Van een visie.
Van het geloof in doorschijnende jurken, omdat morgen toch niet komt.

De man op het terras had misschien niet door dat hij het tegen een 24 jarige had. Iemand wiens leven nog moest beginnen.
Ik wilde de man niet teleurstellen, door te zeggen dat het leven helemaal niet is afgelopen.
Het is jullie eigen schuld, dacht ik.
Je hebt het te mooi gemaakt. Je bent ‘hardheid’ vergeten.
Ik liep naar mijn handdoek, kijkend naar een zee die nog lang niet afgelopen leek.
De middag op het strand was uitgestreken, schaduwen waren zo lang als het duurde
en de mensen met wie ik daar zat
vonden elkaar
- onder andere in de overtuiging dat morgen alles beter wordt
terwijl wij ook wel wisten
dat het vandaag al zo goed was, met minstens dertien ijsjes op de kaart die we nog nooit geproefd hadden.

4 reacties op “Welcome to Matala, George !”

  1. van gelder Zegt:

    ik zou graag eens een reactie horen van die hippies die daar toen leefden, hoe ze er nu over denken

  2. Rebekka Zegt:

    misschien moet je er eentje vinden, en het laten lezen?

  3. Milou Zegt:

    jammer dat het zo toeristisch is geworden, ik ben er zo’n 5x geweest blijft toch altijd fijn om naar terug te gaan. Mooie plek, maar jammer dat het in de boekjes staaat.

  4. Jos Zegt:

    In de jaren 60/70 waren er hippies ik was er in de jaren 80.
    Toen was matela nog leuk. Nu naar het westelijkste puntje van Kreta.
    Elafonisi erg leuk. Veel leuke hippe mensen in de zomer.

Mijn reactie


TV Gids