Ruim in de tijd zitten

Rebekka

 

Twee mannen stappen in de trein.
De een heeft een koffertje, de ander een rugzak.
De man met het koffertje is Reinier, die met de rugzak is Pieter.
Ze zijn waarschijnlijk vijfenvijftig plus,
omdat ze hun boterhammen nog zelf smeren. Zoals vroeger.

Reinier haalt twee boterhammen uit zijn tas,
zegt dat ze niet zo ruim in de tijd zitten.
Hij gebruikt die uitdrukking al lang, ruim in de tijd zitten.
Hij heeft tijd nooit ervaren als iets om in te kunnen zitten, maar hij zegt het
omdat z’n vrouw het vaak zegt.
Gek wel, omdat ook zijn vrouw tijd niet ervaart als een soort chesterfield.
Als iets ruims om in te zitten.
Zij zegt het, omdat hààr moeder het zegt.

Haar moeder weet niet hoe ze aan de uitdrukking komt.
Ze weet dat ze vroeger nadacht over tijd op andere planeten, en eeuwig leven, maar die gedachten stopten als het water kookte, of als de bel ging.
En de bel ging steeds vaker, omdat ze huwbaar werd.
Ze dacht niet meer aan andere planeten.
Ze kreeg vier kinderen, drie kippen, 1 huis en heel  veel stof dat constant verwijderd moest worden.
Ze weet dat haar jongste dochter een keertje zei:
‘jij bent vier moeders.’
En ze wist niet goed wat ze daarmee bedoelde, maar ze dacht weer aan andere planeten.
 
Reinier heeft nog korst over van zijn boterhammen, en vraagt of Pieter die wil hebben.
Pieter vindt dat Reinier het eerder had moeten vragen, en schudt zijn hoofd.
Reinier opent zijn koffer en stopt zijn lege broodzak erin.
Hij begint over zijn buik te wrijven.
Pieter zegt dat er allang niemand meer over zijn buik gewreven heeft.
Reinier zegt dat zijn moeder dat vroeger deed.

Het is 1964 en ze is sinds een aantal jaren de moeder van Reinier. Ze heeft gecompliceerde darmen.
Dat zijn darmen die overal nogal geïrriteerd op reageren.
Ze krijgt van haar nicht een boek over spijsvertering, geschreven door R. Speerzucht.
Ze leest het driftig, en maakt aantekeningen.
Sindsdien wrijft ze iedere dag, na het eten, haar kinderen een half uur over de buik.
Hopend dat de darmen van haar kinderen het beter in deze wereld zouden doen dan die van haar.
Niemand weet of ze ooit nadacht over tijd.

In de trein begint Pieter ook over zijn buik te wrijven en mist zijn moeder.

Reinier knikt naar de jongen naast hem, die naar zijn buik zit te staren.
De jongen vraagt zich af, of die uitdrukking, ruim in de tijd zitten, ergens begonnen is.
Bij een moeder die, ook als het water al kookte, nog dacht aan ruimte en tijd.
En of tijd stil kan staan, zodat je erin kunt gaan zitten.
De jongen denkt aan zijn eigen moeder.
Misschien is dat wel het enige waar je tijd aan kunt herkennen, denkt hij.
Aan het hebben van een moeder, die over je buik wrijft
en geen enkele moeder meer, daarna.
En dat in die ruimte, tussen het hebben van een moeder en het ontbreken ervan, alle tijd
gaat zitten.  
Hij bedoelt dat er niemand meer komt daarna, die altijd, zoveel

Pieter en Reinier stappen uit.
Kruimels vallen op de grond.
Pieter vraagt of Reinier een route beschrijving heeft
Een idee heeft van waar ze heen moeten vanaf hier

En of het nog ver is

 

 

Mijn reactie


TV Gids