Rebekka

Een blauwe jas.

Al vanaf vier september smachtte ik naar de blauwe jas die ik in de etalage van een winkel had gezien.
Daarna had ik hem gepast.
Als gegoten.
Ik ging twee weken later terug en toen heb ik hem weer gepast.
Als gegoten.
Ik belde mijn vader, om te vragen of ik hem voor mijn verjaardag mocht, deze goddelijke jas.
Ik ben achtentwintig december jarig, dus dat was de eerste gelegenheid in het vooruitzicht waarbij ik deze jas kon bemachtigen.
Ik vroeg aan de vrouw of ik hem kon twee maanden kon laten wegleggen.
Ze vroeg of ik iets dierbaars had om achter te laten, zodat ze me kon vertrouwen. Het enige echt dierbare dat ik op dat moment bij me droeg waren mijn wollen sokken, maar mijn wollen sokken hoefde ze niet.
Paspoort?
Maar aan mijn paspoort ben ik niet gehecht.
Geef toch je paspoort maar.
Ook al zei ik dat ik er niet aan was gehecht, vond de vrouw toch dat dat mijn meest dierbare bezit was.

Daarna veel dagen waar sneeuw op lag en daarna lag er kou op en lang bleven we binnen.

Zeventien december was de dag dat ik mijn chique, wollen jas mocht ophalen.
Hij zat weer als gegoten en ik kreeg er twee zeepjes bij.
Ik had speciaal mijn Japanse instapschoenen aangedaan, omdat ik wist dat die bij de jas zouden staan.
Ik liep in mijn jas door de stad en merkte dat niemand doorhad dat ik net een nieuwe jas aanhad.
In de aanloop tot het kopen van de jas had ik gedroomd van de buitenwereld die zou denken: wat een jas. Hij is goddelijk, en tegelijkertijd onopvallend.  
Ik kon niet aan de buitenwereld aflezen of ze dat dachten, maar wat mij betreft zei deze jas dat.
 Ik weet dat jassen niet kunnen spreken, maar als deze jas ooit een contact advertentie had geplaatst dan zou er het volgende instaan:

Jas
zkt innemende, mooie persoonlijkheid om te omhlzen.
 Iemnd die er niet om vrgt gezien te wrden, mr als dat pr abuis gebeurt
dn ziet men iets moois. K bn meegaand, warm, vr slechts weinigen gegoten.

Nu durf ik niet te zeggen dat het over mezelf gaat, maar ik hoop dat dat ooit over mij zal gaan.
‘iemand die er niet om vraagt gezien te worden, maar als dat per abuis gebeurt, dan ziet men iets moois.’
Voorlopig vraag ik er nog om gezien te worden, anders zou ik geen sprekende jas kopen.
In dit stadium van mijn leven heb ik daar nog geen problemen mee, dus dat is niet het dragende conflict van dit stukje tekst.
Het dragende conflict gaat als volgt:
De jas is veel te chique voor mij. De rest van mijn klerenkast steekt er nu wat shabby bij af.
Ik steek er shabby bij af.
Ik heb een jas gekocht die ‘out of my league’ is, waardoor ik mezelf middelmatig heb gemaakt.
 Nu denkt iedereen:  wat doet die goddelijke jas om dat middelmatige meisje?
En nu moet ik dus heel wat dingen doen om die jas te kunnen dragen.
Ik moet ten eerste astronomie studeren.
Vervolgens moet ik heel goed piano kunnen spelen en liedjes kunnen schrijven over de stand van de sterren.
Ik weet waarom de pygmeeën niet groter worden en wat de precieze invloed van Amerika is op ons zelfbeeld.
Ik had geen goede voornemens, maar deze jas dwingt mij ertoe.
Hij dwingt mij mijn borst te heffen en altijd goed na te denken, omdat die jas zo perfect gesneden is.
Het zou raar zijn als ik zelf dan niet in staat ben om perfect gesneden dingen te zeggen.
Dingen zoals: ‘Ik ben nog maar vijfentwintig en nu al voel ik dat elk geluk onherroepelijk gevolgd wordt door verdriet. En als dat niet zo is, dan was het geen werkelijk geluk.’
Een zin die ik heb moeten bedenken om de deur uit te kunnen in mijn gesneden jas.
Het stopte met sneeuwen, nog voor ik de straat uit was.
Ik moest denken aan de vrouw van de winkel. Ze zei dat het een exclusieve jas was.
Dat er maar vijfentwintig van gemaakt zijn. Toen keek ze zorgelijk en zei ze dat er ook nog wel mensen en andere jassen bestonden die leken op mijn nieuwe blauwe jas.
Gelukkig maar ! zei ze opgelucht.
Waar moet de rest van de wereld anders zijn argumenten vandaan halen om nog astronomie te studeren vandaag de dag?
 Ze deed de zeepjes in mijn tas.
Ik liep door, al weet ik niet meer waarheen. Ik moest nergens heen, maar ik moest een wandeling doen om mijn jas te kunnen dragen.
De sneeuw heb ik die dag niet meer zien vallen, maar ik weet zeker dat er genoeg sneeuw lag voor alle Joodse jongetjes
die op de valreep nog een Chassidische sneeuwpop wilden maken.

3 reacties op “”

  1. kim Zegt:

    Ik las eens een mooie zin van Kafka en die herinner ik me nu ik je (mooie) verhaal lees. Hij ging zo:
    Ik kan de wereld niet op mijn schouders dragen, ik verdraag nauwelijks mijn winterjas.
    Zo zie je maar.. x

  2. Joke Zegt:

    Veel mooier om te lezen dan mijn cursussen. Maar euh, heb jij zo lang zonder je paspoort rondgelopen? Ik wil de jas zien, en jou! x

  3. marja Zegt:

    Wat een leuk verhaal, wat mij betreft ben je niet middelmatig en ben je de goddelijke jas dubbel en dwars waard. Maar gelukkig voor jou: iedereen is bijzonder.

Mijn reactie


TV Gids