Troc (door gastschrijver Lisa De Bode)

Maud Vanhauwaert

Volgens de verkoper werd hij voor het laatst gebruikt in de jaren vijftig. Trots betaalde ik voor het oude toiletkoffertje, netjes voorzien van scheergerei, naaisetje, kleerborstel en nagelvijl. Twee lege, troebele flesjes verdreven de muffe wasem van het verleden en herinnerden aan de onsterfelijke geur van de jeugd. Zes experts had de verkoper in dienst, zo verzekerde hij me, om de binnengebrachte objecten naar waarde te schatten. Ik bevond me aan de uitgang van een groot magazijn van een Europese multinational, tot op elke vierkante centimeter gevuld met verhalen.

 

Onder het plastieken zeil in de laadbak van een vrachtwagen vluchtte mijn opa, verkleed als meisje, voor de Duitse bezetter naar het Nederlandse platteland. Zijn lange haren werden afgeknipt en zijn lichaam aangesterkt totdat het blauw van het koren op de velden opnieuw helder in zijn ogen scheen en de oorlog teneinde liep. Twee jaar later scheepte hij in naar het zwarte continent van melk en honing samen met zovele anderen voor wie geen plaats was tussen de smeulende ruines van het na-oorlogse Europa. Zuid-Afrika en Mozambique kochten hem achtereenvolgens land en een huis, onderhielden zijn gezin, en verzachtten de groeven in zijn gezicht. De bruine nagelriemen van bezette aarde en gestolen aardappelen werden ingeruild voor kraaknet gesteven hemden, Engelse kostuums naar maat, en een gladgeschoren toilet. Tijdens de grote onafhankelijkheidsgolf had hij ter gelegenheid van de terugkeer naar Nederland zijn eenvoudige reisuitrusting vervangen door een set lederen koffers, waarbij een toiletkofferje bovenaan de stapel ingebonden glom onder de ruwe touwen van het ruim.

 

Mijn koffertje lijkt op die van opa, maar dan zonder spiegel of verroeste schaar. Hij staat op de kast in mijn kamer, oud en ietwat sjofel, maar trots op de voldoening die recht geschoren bakkebaarden hebben kunnen geven, en medeplichtig aan de geuren die mijn oma verleiden konden.

 

‘Je moet zo geen rommel kopen’, zegt mijn vriend me, wanneer ons bed alweer een extra twintig centimeter dichter bij de muur geschoven wordt om zo plaats te maken voor een oude, wankelende paspop uit de ateliers van een Engelse kleermaker.

 

Toen leek het alsof Londen hier heel erg ver vandaan lag, die eerste keer dat mijn oom ging trouwen, en alle nichtjes van de familie in mauve brokaatzijde en met rieten hoedjes met witte linten achter de bruid aan het altaar wachtten. Kordaat werden spelden in mijn zoom geprikt terwijl een tweede meisje de zijden stof om me heen drapeerde in een taal die ik niet verstond, alsof ik niet bestond voor haar, alsof mijn trillende lijfje en zwetende oksels niet anders waren dan de levenloze bustes om haar heen. Ongewild werd me de adem afgesneden door het al te strak aangespannen korset rond de uitpuilende borst van het meisje. Stilletjes aanschouwde ik het ritueel dat op mijn lichaam werd uitgevoerd. De jurk en de hoed hangen nog steeds in mijn kast, en mijn oom is intussen hertrouwd. Gemengd polyethyleen met beige katoen verving de witte zijde op zijn tweede trouwdag, al was zijn moeder te dronken van sherry en schande om het verschil te merken.

 

De schrijfmachine uit de jaren dertig is zwaar. Het groene apparaat waarop ik lang geleden mijn eerste aanslagen maakte, woog minder, en alle letters werkten nog, in tegenstelling tot het zwarte exemplaar dat ik nu vind. Ik koop hem zonder papier, zonder lint, met vergeelde letters en versleten toetsen. Ik hoor, terwijl ik het magazijn verlaat, de harde melodie van foutloze auditrapporten weergalmen doorheen de vuilgele muren van het koloniale gebouw in Lorenzo Marques[1], waar mijn opa werk vond.

Het is de stad waar vandaag zwarte ogen verwijtend doorheen de muren van de huizen, geperforeerd met kogelgaten, staren naar de eerste weifelende toeristen. Het is de stad waar het plaatselijk natuurkundig museum de twijfelachtige eer heeft de enige collectie ter wereld van olifantenembryo’s in elk stadium van ontwikkeling te bezitten. Het is de stad waar een warmte en vochtigheid heersen die nooit tussen mijn grootouders bestond.

Mijn oom hertrouwde in Engeland en mijn moeder is intussen gescheiden. Kinderen leren zelden uit de fouten die hun ouders maken.

 

Straks schuift het bed weer een beetje op.


[1] Lorenzo Marques is de voormalige naam van de hoofdstad van Mozambique, Maputo.

Mijn reactie


TV Gids