over tijd

Freek Vielen

Ik was aan het denken over 2010.
Ik vroeg me af wat voor jaar het was geweest.
Ik merkte dat hoewel ik vorig jaar misschien maar twee weken op vakantie ben geweest die twee vakantieweken ongeveer de helft van mijn 2010 herinnering beslaan.
Ik bedacht me dat als ik een film van mijn 2010 zou maken er een heleboel weken, maanden misschien zelfs, niet getoond zouden worden.
Niet alleen omdat ze dramaturgisch niet zouden passen in het verhaal dat ik van afgelopen jaar in mijn hoofd aan het maken ben,
ook niet omdat er kleine blikken, beelden, bewegingen van geliefden die in het echt maar seconden duurde, in de film brutaal een kwartier opeisen en er zodoende simpelweg geen plaats is voor alles, maar eigenlijk vooral omdat ik me de meeste dagen van 2010 niet meer herinner.

Ik vraag me altijd af wat er met de vergeten dagen gebeurt. Zijn ze ergens nuttig voor geweest? Hebben ze überhaupt wel bestaan? Leefde ik toen? Is een afgevinkt to-do lijstje waarvan ik me niets herinner voldoende bewijs voor het feit dat ik die dag heb meegemaakt?
En als vandaag, nu zelfs, dit ogenblik, ooit een dag is die de film van 2011 niet zal halen, besta ik dan nu wel?

Sinds ik in Antwerpen woon ervaar ik steeds vaker iets dat ik maar zal omschrijven met ‘rust’. Er lijkt meer tijd te zijn. Er komen routines, iets wat ik enigszins verbaasd aanschouw maar hard toejuich.
Ik sta elke dag om dezelfde tijd op, ik bak om de twee dagen een brood, ik werk tot ongeveer hetzelfde uur, ik probeer voor het slapen gaan elke avond iets te schrijven.
En waar die routine er nog niet is, zoek ik het op, wil ik het, zodat ik iets krijg om me tot te verhouden. Zoals je vroeger door te spijbelen pas in het park kon zitten.
Nu ik om negen uur opsta, kan ik pas een keer vroeg opstaan, of een keer uitslapen simpelweg door vroeger of later dan negen uur op te staan.

Er ontstaat een rooster waar ik in kan plannen.
Er ontstaat een avond in de week waarop ik kan sporten.
Er ontstaat de vrijdag, een dag zonder morgen.

Vandaag vraag ik me af, tijdens het opstaan al, tijdens het bakken van een brood, en nu op papier of ik met die routines niet een onzichtbaar beest aan het creëren ben. Als alle dagen op elkaar lijken, bestaan de dagen dan nog wel als zichzelf? Creëer ik met routine niet bewust de zwarte dagen van mijn 2011 film?

Ik weet niet of dit een echt probleem is. Toen ik een boterham at, warm uit de oven, bedacht ik me dat ik er misschien wel op de verkeerde wijze naar keek.
Het zou kunnen, dacht ik vanmiddag, dat ik misschien wel te veel vast zit aan niet bestaande
-aan bedachte- grenzen.

Als ik bijvoorbeeld aan dinsdag denk,
als ik me echt probeer dinsdag voor te stellen,
dan denk ik aan het vakje in mijn agenda.
Het vakje dat elke week weer het tweede vakje van boven is.
Als ik aan volgende week dinsdag denk, dan lijkt die dinsdag op geen andere plaats te bestaan dan in mijn agenda.

Ik herinnerde me steeds meer dingen die in mijn 2010 film zouden moeten komen, het probleem met de meeste van die dingen was echter dat ze zich niet in 2010 afspeelden. Of ze speelden zich wel in 2010 af, maar ze staan niet in mijn agenda van 2010. Want was het niet gisteren dat ik in Amerika was? Fiets ik niet nog steeds door Roemenie? Ben ik ooit geen 17?

Hoe lang mag zo’n 2010 film eigenlijk duren?

1 reactie op “over tijd”

  1. Bertus de Bink Zegt:

    Ja zeg..

Mijn reactie


TV Gids