Missing Words

Freek Vielen

tor·man·tisch bn, bw; -er, meest: gemoedstoestand waarin je terugverlangt of nostalgisch bent naar een tijd die je zelf niet hebt meegemaakt.

Afgelopen week zag ik de film Howl, over het gedicht van Alan Ginsberg. De film maakte me nostalgisch naar mijn laatste twee jaren op de middelbare school. Ik had daar een grote groep vrienden met wie ik regelmatig samen at, samen dronk en de schoolkrant, de toneelvereniging en het debatteam in leven hield. En dat vaak in combinatie met elkaar. Vooral vrijdagmiddagen waren een soort hoogtepunt van loskomende vrijheid waarop we na de debattraining en voor en na de toneelrepetities in het café, vaak voor het eerst, zelf dronken, droomden, schaakten en praatten.

Tijdens het zien van Howl (ook al is het geen bijster goede film, ga er toch maar heen: al is het alleen maar vanwege het feit dat het gedicht integraal wordt voorgelezen in de film),  moest ik vaak denken aan een foto die in die tijd gemaakt is.  Ik fietste op de fiets van Thomas, mijn beste vriend, en voorop, op mijn stuur zat een meisje met lang wit krullend haar  wier naam me nu al een week niet te binnen wil schieten.  Ze heeft haar mond een beetje open en haar grimas zit tussen lachen en gillen in. We gaan te  snel.

Op het moment dat de foto gemaakt werd trekt Thomas die op een van zijn andere fietsen rijdt zijn voorwiel de lucht in en kijkt daarbij recht de camera in.

Hij draagt een jas van schapenleer.

Hoe gelukkig we ook waren (en gelukkig waren we natuurlijk niet, want we waren verliefd op  meisjes die we niet konden krijgen), toch hadden we allemaal een groot verlangen om te leven in de jaren vijftig, begin jaren zestig (we waren eerder nozems dan hippies).

Gek genoeg leefden we in een tijd waarin bijna dagelijks Pim Fortuyn en zijn volgers de jaren vijftig idealiseerden. Daar hadden we een beetje last van, van dat benepen en rechtse terugverlangen naar de zoetzappige jaren vijftig. Onze jaren vijftig. En om ons te onderscheiden van hen bedachten we al gauw dat we een naam moesten hebben. Wij waren niet zoals oudere, bange of teleurgestelde mensen nostalgisch,

we waren romantisch nostalgisch. Het was Edo die dat bedacht en omdat ik het er mee eens was zei ik het hem na. Wij zijn van het Tormantisch Nogalstigme (het waren voor mij ook de jaren van ver voor mijn intensieve logopedie; verstaanbaar zijn lukte me nauwelijks,  nieuwe woorden onverhaspelt zeggen was nagenoeg onmogelijk). En omdat tormantisch nogalstigtisch nog beter klonk dan romantisch nostalgisch werd mijn verhaspeling onze naam.

Later begreep ik dat nostalgie in zijn geheel niet van toepassing was op onze gemoedstoestand.

Ik kan nostalgisch zijn naar de tijd waarin die foto van mij en Thomas werd gemaakt, maar ik kan niet nostalgisch zijn naar een tijd waar ik niet bij ben geweest.

Die specifieke vorm van verlangen, enigszins lijkend op heimwee naar een plek waar je nooit bent geweest, een verlangen dat niet gaat over het jammer  vinden dat iets voorbij is, maar over het jammer vinden dat je er niet bij was,

een verlangen ook dat nadrukkelijk een verlangen moet blijven,

omdat juist dat verlangen gelukkig maakt,

omdat je juist met het verlangen het nu aan het vieren bent,

dat verlangen verdient een eigen woord.

Mijn voorstel: tormantisch.

Hier, hier en hier word ik bijvoorbeeld lichtelijk tormantisch van.

Als u een ander voorstel hebt voor een naam hoor ik het hieronder graag.

Ps.

Nu ik de film Howl zag leek het wel alsof het enige echte verschil tussen de Opkras Kuiten die we organiseren en de poëzielezingen uit de tijd van Ginsberg hem zit in het feit dat we nu niet meer massaal roken tijdens de voorstellingen. M.a.w. ik was tijdens de film nostalgisch naar mijn vijfde/zesde jaar, maar eigenlijk niet echt tormantisch naar de jaren vijftig/zestig.

Mijn reactie


TV Gids