Meneer Johanson in de bus.

Freek Vielen

Meneer Johanson zat in de bus.
Het was een hete dag tijdens een toch al hete zomer.
De buschauffeur had zijn broekspijpen en mouwen opgerold. Hij had een rood hoofd en een bril.
Verder was de bus leeg.
Meneer Johanson was helemaal achter in de bus gaan zitten en hield zich goed vast. Hij had zijn broekspijpen niet opgerold en zelfs zijn jas nog aan.
In de bindingsstraat stopte de bus.
‘O jee’, dacht meneer Johanson, ‘als dat maar goed gaat.’
Er kwamen twee passagiers binnen. Twee mannen waren het en ze hadden een rek mee, waar je was aan kan drogen.
‘Een rek,’ dacht meneer Johanson, ‘waar je was aan kan drogen? Wie neemt er nou een droogrek mee de bus in? Hadden ze soms nog geen rek? Wouden ze misschien twee rekken hebben? Hadden ze soms zoveel was? Hoe komen ze aan zoveel was?’
Meneer Johanson kreeg het warm van zoveel vragen en veegde met zijn hand over zijn voorhoofd.
‘Niks laten merken,’ dacht hij. ‘Niets laten merken.’
Tot nu toe had meneer Johanson nog nooit nagedacht over het verplaatsen van droogrekken. Hij was er min of meer van uit gegaan dat elk huis zijn eigen droogrek heeft en dat voldoende was. Maar nee, niets was blijkbaar minder waar; er wordt dus met droogrekken stad en land afgezeuld.
Eerst dus al dat ijzer met een vrachtwagen uit de bergen naar een fabriek, en dan op weer een andere vrachtwagen vol met droogrekken naar de winkel. En dan nu met een bus naar huis.
Meneer Johanson werd plots heel moe. Hij dacht: Alles wat in een huis staat is daar ooit door iemand heen gebracht.
‘En deze bus dan, die maar door de straten rijdt om de mensen te verplaatsen. Ook de banken, de schroeven, de stopknopjes in deze bus zijn gemaakt en hierheen gebracht.’
Hij keek naar buiten, zag lantaarnpalen, fietsrekken, vuilnisbakken en dacht: is alles in de wereld ooit verplaatst?
Meneer Johanson snapte die gedachte niet helemaal en op zijn voorhoofd waren nu duidelijk druppels zweet te zien.
‘Ik moet hier uit,’ dacht meneer Johanson, ‘ik moet hier nu onmiddellijk uit’.
Wat ook zo was, want ze waren in de Borgerstraat, waar meneer Johanson woonde. Hij stapte uit in de warme stroperige buitenwereld.
Er blies een briesje wind, maar Johanson werd er niet door verkoeld. Integendeel. ‘Aha’, dacht meneer Johanson, ‘aha, wind. Als ik het niet dacht.
Dus vrachtwagens al over de hele wereld met spullen naar de winkels toe en ook nog wind die misschien vanochtend nog wel in de Sahara was. Juist. Dus zo gaan de zaken. Naar alle waarschijnlijk ligt er nu zand uit de Sahara hier voor me op de stoep. Uit de Sahara! En als dat er niet ligt, dan liggen er zeker wel zaadjes, waar dan weer bomen uitgroeien. Hier voor mijn deur. Nu is er nog geen boom, maar als je alles zijn gang laat gaan, staat er als je even niet kijkt ineens een boom. Of een droogrek. Hup, plaats het maar allemaal voor de deur van meneer Johanson. Kom maar hier hoor wind, met je zaadjes vol met bossen! Kieper heel dat bos maar voor de deur van Meneer Johanson, alsof er niet al genoeg voor mijn deur is!
Het begon Meneer Johanson te duizelen. De hele wereld die constant maar aan het bewegen is. Hij voelde een druppel zweet over zijn rug naar beneden rollen en zijn hart kloppen in zijn keel.
‘Nee,’ dacht Meneer Johanson, ‘mijn hart! Het beweegt. Bloed gaat constant door mijn aderen. Zoals het water constant door de rivier van de berg naar de zee. Alles beweegt en beweegt maar.’
Hij moest zich vast houden aan de deurklink van zijn huis.
‘Ik ren naar boven toe, naar mijn kamer toe, doe de gordijnen dicht, de deur op slot, de klok zet ik stil en dan beweegt er helemaal niks meer in mijn kamer. Hebben jullie dat goed begrepen!’ Hij schreeuwde het naar de overdrijvende wolkjes toe. ‘Niks gaat er bewegen in mijn kamer, helemaal niks!’
De echo van zijn schreeuw weerkaaste in de verder uitgestorven straat.
Hij zette zich schrap en maakte zich klaar voor een laatste sprint naar zijn zolderkamer toe.
Hij opende de deur van het trappenhuis en rende de trappen op naar zijn kamer.
‘Meneer Johanson, komt u niet even kopje thee drinken?’, riep de stem van zijn onderbuurvrouw.
Maar Meneer Johanson was zo snel dat hij gelukkig net kon doen alsof hij het niet gehoord had.

Mijn reactie


TV Gids