Hotelgasten.

Freek Vielen

Ik werk sinds vier maanden in een hotel, als receptionist. Dat houdt dat ik achter een balie zit, die ook dienst doet als bar. De gasten komen ’s ochtends ontbijten en verder komen ze één keer binnen om in te checken en één keer om uit te checken. Heel af en toe bestelt er iemand iets te drinken. Voor de rest ben je, vrij veel, alleen.

Na een week had ik zoveel gezichten gezien uit zoveel windstreken dat ik in mijn laptop een mapje aanmaakte met ‘hotelgasten’.

Een kleine selectie daaruit kunt u hier lezen.

Waarschijnlijk deel 1 van een terugkerende reeks.

1.

Twee Twentse jongens die op zondagavond om 22:30 met de auto naar Amsterdam zijn gereden vragen naar een plek waar ze uit kunnen gaan. Ik zeg dat ze naar de Sugarfactory kunnen, omdat het zondag is.

“Maar”, vraagt de jongen, “dat is toch niet zo’n plek waar gevochten wordt? Want daar hou ik niet van, dat vechten.”

Hij leek te suggereren dat er ook mensen zijn die wel degelijk houden van vechten en die misschien zelfs zoeken naar plekken waar je het best uitgaan met vechten kunt combineren.

Ik weet alleen niet of dat iets zegt over het uitgaan in  Twente, of over het beeld dat ze in Twente hebben van het uitgaan in Amsterdam.

2.

Een Duitse vrouw is onnodig lang. Vooral haar kuiten en haar hoofd zijn echt groot. (Uit de kluiten gewassen, zou ik graag schrijven).

Drie ochtenden achter elkaar ontbijt ze in haar eentje. Waarbij ze vrij lang doet over een getoast wit broodje met jam. Als ze boterham opheeft slaat ze in straf tempo achter elkaar vier kopjes zwarte koffie achterover.

3.

Twee Finse mannen komen elke avond dronken en stoned binnen. Ze zijn bijna te lam om te lopen maar willen altijd nog twee biertjes voor om op hun kamer te drinken.

Op een avond heb ik een lang gesprek met een van hen. Hij heeft een ringbaardje, grote spierballen, veel tattoo’s en is motorrijder. Hij is waarschijnlijk een jaar of 45 maar ziet er jonger uit.

We hebben het over de Hells Angels, over hoe hij de pest aan ze heeft omdat ze altijd alles verkloten. Vooral in Helsinki waar de meeste ook een soort neo-nazis zijn. Hij wou een tattoo in Amsterdam laten zetten maar kwam er toen achter dat de zaak gerund wordt door een Hells Angel.

Hij vertelt over dat hij ook geen makkelijke jongen was, maar nooit echt verkeerde dingen deed. De mensen kennen hem wel kennen in Helsinki.

Maar ja hij heeft nu een zoon van 15 en dan wil je gewoon geen problemen meer. Zeker niet met die nazisukkels van de Hells Angels.

Hij moet terug naar Finland om zijn zoon te helpen. Die heeft problemen met de politie.

Klootzakken zijn het ook, laten je niet met rust.

Hij was een keer te lang in Amerika. Hij mocht maar drie maanden blijven op het toeristen visum, maar hij was …nou ja.. niet echt de manager… maar ook niet de… hij hielp gewoon met de financiën van een band, en hij was in Nashville voor die band. Ken je die band niet? Zijn wereldberoemd. Hier heb ik hun naam getatoeëerd.

Er was daar ook een meisje.  Mexicaans was ze. She was really really hot. But hot hot you know.

Nu doen ze elke keer moeilijk als ik in Amerika naar binnen wil.

Hij was ook met zijn dochter van drie in de bioscoop, naar ice-age, en zijn dochter maakte een boel lawaai, maar dat is juist zo mooi aan kinderen, dat ze een boel lawaai maken in de bioscoop. Hij mist zijn vrouw, nee niet die Mexicaanse, gewoon een Finse.

Zijn vrouw is niet echt een model of zo, maar ze heeft wel alles op de goede plaats, als je snapt wat ik bedoel, en rond, echt rond op de goede plaatsen, en hij mist haar, en hij houdt nog van haar, maar zij niet van hem en ze zijn gescheiden vorig jaar.

En als hij dan afrekent en gaat slapen, geeft hij mij een hand die hij lang vast houdt, want hij moest bijna huilen omdat hij zijn vrouw mist en hij houdt mijn hand vast en vraagt: are we cool? We are cool, aren’t we?

En ik zeg: yeah men, we are cool. I’m cool, you’re cool. We all are cool.

En ik geef hem het extra biertje voor op zijn kamer niet, waarvan hij alweer vergeten is dat hij erom vroeg, als hij naar boven strompelt.

Ik kijk hem na en vond hem echt een fijne vent en het was echt een fijn gesprek. Maar ik snap niet hoe alles in het leven zo cliché kan worden.

Want natuurlijk heeft die stoere motorrijder een zoon van 15 die problemen heeft met de politie en natuurlijk houdt hij veel van zijn dochter en natuurlijk mist hij zijn vrouw als hij dronken is, wat hij waarschijnlijk elke avond is. Maar waarom weet je dat eigenlijk allemaal al als hij de eerste keer het hotel binnenstapt, met zijn leren jack, zijn tatoos, zijn spierballen, zijn ringbaardje en zijn lichtblauwe spijkerbroek met gaten er in.

Waarom draag je als je een concertpianist bent een rokkostuum en als je in een metalbandje speelt een vormeloos zwart xl t-shirt met een andere metalband erop. Waarom zijn er zoveel mensen in uniform? En wat is er eerder, het beeld of de mensen?

4.

Een oudere man met grijs haar en een meisje drinken elk ontbijt melk met een beetje koffie. Mijn baas denkt dat ze  een stel zijn, maar het kan niemand anders dan zijn dochter zijn, lijkt mij.

5.

Tijdens een middag dienst zat er een meisje van een jaar of 24 in de foyer twee uur thee te drinken en een boek te lezen. Het was een van de meer zinnige tijdsbestedingen die ik de gasten al heb zien doen. Het leek me boeiender dan blowen of het Van Gogh museum bezoeken. Wat, werkelijk waar, iedereen doet. Vaak in combinatie.

Ik moest veel denken aan mijn vriendin, hoe zij in haar eentje in winderig en regenachtig Schotland in een café ging lezen en schrijven. Ik moest ook denken aan hoe zij vroeger op zondag werkte in de bioscoop van Zaandam, met maar één filmzaal. Op zondag was het er altijd uitgestorven zodat zij dan in haar eentje de krant zat te lezen, thee dronk en films mocht bekijken.

Als ik haar toen had gekend zou ik toen al op haar verliefd zijn geweest.

Ik ben verliefd op (oa) iemands eenzaamheid.

Ik bedacht me in het hotel, dat liefde bepaald lijkt te worden door contradicties.

Ben jij het niet die, ten tijde van liefde, overspoelt wordt door tegenstrijdigheid, dan is het de liefde zelf wel die het onmogelijke verlangt.

Onze contradictie is dat we bij elkaars alleen zijn willen zijn.

Wat nog verbazingwekkend goed lijkt te kunnen ook.

Toen het kopje thee op was, schonk ik een nieuw voor haar in. Ze keek enigszins verbaasd op uit haar boek. Ze was vergeten dat ik ook in die ruimte was.

1 reactie op “Hotelgasten.”

  1. elly Zegt:

    Mooi Freek! Ik ben benieuwd naar de volgenden, al is dat geen woord

Mijn reactie


TV Gids