Spelen in Aartswoud.
Afgelopen week heb ik in het plaatsje Aartswoud een voorstelling gemaakt en gespeeld. Met negen makers en twee theatergezelschappen (PeerGroup en het 5de kwartier)zijn we drie keer in de gemeente Opmeer geweest. Daar deden we onderzoek naar de gevolgen van schaalvergroting in de landbouw op de leefwijze van de boeren daar, en omgekeerd.
Ieder van de negen makers kreeg een specifieker onderwerp toegewezen. Ikzelf werd gekoppeld aan een grote melkveehouder die komt uit een grote melkveehouder familie met elf kinderen.
Na het gesprek met de jongste zoon kreeg ik een beeld van een fijne warme familie die nog steeds erg hecht is.
Vervolgens heb ik onderstaand verhaal geschreven, waarbij ik gebruik gemaakt heb van bepaalde details uit mijn interview. Op het boerenerf waar de uiteindelijke voorstelling plaatsvond nam ik dan een klein groepje mensen mee om even een ‘familie’ praatje te houden - een begrafenis rede.
In die rede heb ik een familieverhaal gecreeerd vertrekkend vanuit het idee: wat als het in zo’n grote familie het niet zo fijn en warm zou zijn. Dit is dus niet het verhaal van de mensen die ik geinterviewd heb, maar slechts gebaseerd daarop. Voor de rest is het ontsproten aan mijn fantasie.
De mensen die graag nog de monoloog ‘Begin - verder in het noordoosten lichte bewolking’ willen zien, kunnen naar Oostende komen. Daar zal ik van 29 juli tot 7 augustus die voorstelling 11 keer spelen op Theater aan Zee.
Verder speel ik 27 augustus op het Noorderzon festival een nieuwe voorstelling over Salinger.
Hopelijk tot een van die keren.
* * *
BEGRAFENIS REDE
Dank voor jullie komst.
Ik ben blij dat er op deze dag toch wat ruimte is ingeruimd voor mij. Dat ook ik iets kan zeggen over vader.
Ik ben vooral blij om mijn 5 broers hier te zien. En Jet, onze oudste, onze reserve moeder, ons baken, die ook de afgelopen dagen weer zo ontzettend hard heeft gewerkt.
En ik denk ook aan Petra die nu al weer drie jaar geleden besloot uit het leven te stappen. En ik denk aan Jos die zo goed, zo mooi was dat ze hem nog voor zijn twintigste in de hemel wouden hebben. Ik denk aan moeder die daar nooit overheen is gekomen.
Ik ben, zoals de meeste van jullie weten, de jongste zoon van ons vader
die zelf ook de jongste zoon was van zijn vader,
die de jongste zoon was van zijn vader die ook de jongste was.
Ik ben, als ik kinderloos blijf, waar ik van uitga, het einde van een lange reeks benjamins die ergens begonnen moet zijn in de zestiende eeuw. Onze overoverovergrootvader heeft als jongste in de krant gelezen over de slag bij Nieuwpoort (1600)
Als laatste jongste voel ik me geroepen om hier vandaag toch iets te zeggen. Ook al is het zeven jaar geleden dat ik hier voor het laatst ben geweest, ook al heb ik de meeste van jullie zelfs al langer niet gezien. Ook niet bijvoorbeeld op de begrafenis van Petra onze zus.
Ik weet dat het niet gebruikelijk is voor jullie om bij mensen op bezoek te gaan. Iedereen van jullie heeft het druk, iedereen heeft het goed, iedereen is bezig met groter worden, iedereen betaald de tol van het succes met drukte en stress.
En daarbij, een echte Vielen gaat niet op bezoek, een echte Vielen ontvangt bezoek. Een echte Vielen heeft de koffie dag en nacht warm staan, de tafel altijd voor één extra gedekt, maar zal niet snel dit dorp verlaten voor zoiets tijdrovends als op bezoek gaan.
Wat jullie misschien niet weten is dat Vader, de enige is die me de afgelopen zeven jaar regelmatig heeft opgezocht. Ook daarom voel ik me geroepen om vandaag iets te zeggen.
Als jongste heb je een rare positie, ik heb het daar veel met Vader over gehad de laatste maanden. Toen ik leerde lezen, leerde jij, Jet, auto rijden, toen ik verkering kreeg voor het eerst was Johan al gescheiden.
Toen ik acht was zag ik hoe Jeroen huilend elke maandag op de bus werd gezet om weer een week naar de kostschool te gaan. Vader had besloten dat Jeroen onderwijzer moest worden. Zoals hij ook besloten had dat Johan, Willem en Piet in het bedrijf door gingen. Zoals hij voor iedereen een weg had uitgestippeld.
Jezus Jeroen, ik snapte er echt niks van hoe jij, grote stoere Jeroen, zo hartverscheurend ingehouden kon huilen elke maandag.
Maar je hebt doorgezet. Want als er iets is dat een Vielen kenmerkt is het wel dat hij doorzet. Als we iets van Vader hebben geleerd is dat het leven draait om hard, hard werken.
Je bent leraar geworden, binnen tien jaar was je rector, en nu heb je een scholen complex met meer dan 10000 leerlingen onder je. En ik heb begrepen dat je graag toe wil naar nog grotere scholen met nog meer leerlingen per klas omdat dat verreweg het rendabelst is.
Wat dat betreft ben je net zo’n boer geworden als Johan, Willem en Piet, wat je eigenlijk misschien ook wel liever had gewild.
Nog maar vijf jaar Jeroen en dan mag je met pensioen. Kan je eindelijk de hele zomer in je bootje over het IJsselmeer zeilen. Wat je natuurlijk niet gaat doen, natuurlijk niet.
Je bent een Vielen, ons vader verbood ons vroeger al te sporten omdat dat vrije tijd was. En vrije tijd betekent dat je niet hard genoeg gewerkt hebt.
Maar we hebben ons vader niet nodig om onszelf vrije tijd te verbieden. We zijn zelf strenger voor elkaar dan Vader dat ooit geweest is.
Je bent gedoemd om de rest van je dagen te slijten in Commissies, buurtgenootschappen, organisatiecomitees voor tal van goede doelen. Een lot dat je lachend zult dragen.
Want dat moet. Van Vader. Blijven lachten. Verdriet is slecht voor zaken.
Eigenlijk is Petra de enige die niet gedaan heeft wat Vader voor ogen had. Misschien is dat ook wel de reden dat er de laatste vijf jaar van haar leven zo weinig contact is geweest tussen het basiskamp en Petra die nog geen drie dorpen verderop woonde.
Ik weet dat er mensen zijn die denken dat zij schuld hebben aan de dood van Petra. Daarmee overschatten jullie jezelf. Jullie hadden niks te maken gehad met haar leven, jullie hebben niets te maken met haar dood.
Petra heeft in een zwaar beveiligde instelling kans gezien om een laken te smokkelen naar de wc, ze heeft die laken nat gemaakt, ze heeft een einde aan de deurklink bevestigd, ze heeft toen een knoop om haar nek gemaakt die zo strak was dat zelfs de verplegers die niet meer open kregen en is gaan zitten met haar billen net boven de grond.
Ik heb begrepen dat het sowieso al te laat zou zijn geweest. Petra was vastbesloten.
Schrik maar niet Peter, ik zal het niet langer over Petra hebben. Ik snap dat je zaken van emoties moet scheiden.
Ik heb zelfs begrip voor het feit dat je naar iedereen in Nederland en zelfs de wereld een kaartje stuurt bij het overlijden van een dierbare als dat goed voor het Bedrijf is en dat je er als tweeling broer niet was op haar begrafenis. Dat zal wel niet goed zijn geweest voor het Bedrijf.
Dat zijn zaken en die moet je scheiden van emoties. Iets waar ik nooit zo goed in ben geweest. Niet zo goed als jullie. Anders word je ook geen vegetarische boerenzoon, zoals ik.
Vader was trots op jullie. Echte Vielens zei hij als hij bij mij kwam. Natuurlijk vond hij het jammer dat jullie hem al voor zijn 62ste hebben uitgekocht uit het bedrijf. Maar hij snapte het ook omdat het nu eenmaal zakelijk gezien het beste moment was.
Vlak na het ziekbed van ons man.
En hij vindt het schitterend dat jij, Piet, nu in ons huis woont. Dat ook bij jou om 10 de koffie op tafel staat en dat alle knechten en altijd wel een of twee broers en zussen komen koffie drinken. Dat er ook om 12 uur boterhammen zijn, zoals ook ons Moeder elke dag dikke plakken van haar borst afsneed.
Dat hij daar steeds minder te zeggen had omdat er alleen over het bedrijf gesproken werd, vond hij minder leuk. Dat er geen tijd was om samen met één van jullie iets te doen omdat er altijd een nieuwe stal gebouwd moest worden of de fabriek of de winkel, dat was misschien de reden dat hij steeds vaker mij is gaan opzoeken. De twee aandeel lozen.
Ik weet mijn plek sinds ik mijn aandeel in het bedrijf op mijn 21ste verkocht. Het geld waar ik zelfs nu nog mijn Atelier voor heb kunnen kopen.
Al gauw is hij begonnen te tekenen, naast mij, als ik aan het schilderen was. En hij was daar, dat verbaast jullie waarschijnlijk niets, ook al goed in.
Wat hij ook vanaf zijn eerste tekening deed, was zijn naam er groot onder schrijven. Vielen. Iets wat ik nooit heb gedaan. Niet omdat ik er niet trots op ben een Vielen te zijn. Maar omdat ik niet wou dat ik een groot oeuvre zou gaan schilderen, ik wil kleine losstaande schilderijen maken die zelf hun plek moeten veroveren in een atelier, verzameling of museum. Iets wat zakelijk gezien natuurlijk niet slim is, dat zag Vader ook wel in, maar hij hield zijn mond. Wat ik hem nooit heb zien doen.
Wat ik verder niet eerder zag, was de mate waarin hij gelukkig was toen hij op doeken van 4 bij 2 of zelfs 5 bij 3 mocht schilderen. Als Vielen hield hij van Groot. En als ik hem daar bezig zag met grote kwasten schitterende koeien en weilanden schilderen dan zag hij er ook uit als een groot schilder, wat hij misschien ook wel had kunnen worden. Of misschien zelfs wel moeten worden.